Geen categorie

Weg

Het moment heeft zich in mijn brein genesteld, omdat het een begin was van iets wat ik nu nog steeds niet kan verklaren. Ik zag een smet op het behang, een klein puntje wat niemand ooit zou ontdekken. Maar ik staarde en verloor me erin, in die oneffenheid op de muur. De deken die om mijn voet gewikkeld zat, zat te strak. Ik woelde mezelf los, waarna ik een zucht in mijn nek voelde. Slapende honden moet je niet wakker maken, werd me ooit gezegd. Dus ik hield me stil en wachtte. Wachtte en staarde weer naar die oneffenheid op het behang, week er niet vanaf. Mijn voet zat nog steeds te strak, het benauwde me. Geen zucht meer, slechts een regelmatige adem. Zonder het te kunnen zien, wist ik het aantal centimeters wat me verwijderde van dat wat naast me lag. Ik werd misselijk van mijn voet die zo strak in de deken zat, dus ik rukte me los. Voelde weer die zucht, die zware zucht. Ik schrok even, waardoor ik mijn aandacht weer verloor van de oneffenheid op de muur. Dacht dat ik hem even verloren was. Mijn voet vond een ruimere plek onder de dekens en mijn ogen speurden paniekerig over de muur. En ik vond hem weer. Gelukkig. Velen hadden me gekwetst en verlaten, maar die oneffenheid bleef. Altijd.

Voor de tweede keer op die zweterige ochtend open ik mijn ogen, voel geen centimeters meer. Hij is weg. Zoek snel mijn plekje op de muur. Ik vind hem weer.

Een kus op mijn wang wekt me voor de derde keer. Of ik kom ontbijten. Draai mijn lichaam en vind zijn ogen, vind de verse jus d’orange, de croissant en last but not least de roos op het dienblad. Mijn dienblad. Wat ik voor deze gelegenheid heb gekocht. Zo’n perfecte, harmonieuze, liefdevolle ochtend als deze. Wat ik associeerde met rood, warmte, gevoelens en verliefdheid. Maar ik voel het niet. Ik stap uit bed, negeer zijn vragende ogen en ren de kamer uit. Ik sprint de trap af, die eindeloos lijkt te duren. Vlucht de badkamer in en trek de deur achter me dicht, stap onder de douche. Waar ik hem van me af was en alles wat met hem kwam. Zijn adem en aandacht, bemoeienis en liefde. Ik was en was en was mezelf, tot dat er niets meer over blijft. Alleen mijn lichaam, blinkend en schoon. Zijn geroffel op de deur doet me niks. Zijn geschreeuw ook niet, evenals de voordeur die ik dicht hoor slaan. Rammelende sleutels, een fiets die geen zin heeft om mee te werken met zijn woede. Frustratie vult mijn aderen. Angst. Maar vooral vrijheid.

Ik trek mijn joggingbroek aan en een trui die me beter kent dan wie dan ook. Neem de trein naar Amsterdam, lig in het Vondelpark, huil, kijk. Zie de stad en zie de mensen. Mensen zien mij niet of zien me en vergeten me weer. Precies zoals ik het wil. Het gerinkel van mijn mobiele telefoon haalt me uit mijn dagdroom, mijn perfecte vibe, mijn eigen wereld. En ik haat het. Neem op met mijn naam en hoor zijn stem in mijn oor. Hij noemt me Rosanne in plaats van Roos. Hij schreeuwt in plaats van te praten. Hij huilt in plaats van een muur om zich heen te bouwen. Hij breekt in plaats van mij te breken. Schreeuwt in honderderden woorden dat ik hem kan vertrouwen, dat ik aan hem vast kan houden. Dat ik niet bang moet zijn. Niet weg hoef te rennen op momenten dat het allemaal te dichtbij komt. Het houdt niet op. Zijn stem. Evenals mijn angst om hem te vertrouwen.

Ik voel mijn gezicht plakken van de tranen en merk dat ik in een andere hoek van de kamer lig dan normaal. Kijk om me heen. Ruik opeens de sterke geur van lijm. Zie hem, behangrollen verspreid over de vloer. Ik zoek de oneffenheid. Maar hij is weg, voorgoed.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *